God zien?

"Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook. Dat de wereld ons niet kent, komt doordat de wereld hem niet kent. Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan hem gelijk zullen zijn wanneer hij zal verschijnen, want dan zien we hem zoals hij is".

1 Johannes 3: 1 en 2 (NBV)

‘Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien'. God zien - wie zou dat niet willen? Ik denk in de eerste plaats die mensen die zichzelf ongelovig voelen. Daar kan ik last van hebben.

Wij gelovigen hebben ook onze twijfels. Twijfelen lijkt me niet verboden. Het zou toch geweldig zijn iets van God te mogen zien in ons dagelijks leven! Wie is daarom niet benieuwd, als Jezus spreekt over de belofte dat God zal worden gezien?!

Een nuchterling zegt: ‘Ja, dat ken ik'. Hij heeft immers goed geluisterd naar wat Jezus zei. Jezus zei: zij ‘zullen'. Dat is straks. Na dit leven. Dat is uiteraard waar. Maar het gaat mij daarnaast ook om nu.

Ik zou Hem ook juist nu willen zien. De beloften van de zaligsprekingen, gaan over het koninkrijk van God. Het koninkrijk van God zal eenmaal overal zijn. Het zal zich uitstrekken over hemel en aarde. Maar het koninkrijk van God is er ook nu al. Het is daar op aarde, waar God als Koning wordt erkend en uitgedragen. Gewoon menselijk en niet altijd "geestelijk". Beide dimensies kunnen bij de Joden niet los van elkaar worden gezien.

Eens zullen wij God zien ‘gelijk Hij is'. God is anders dan wij. Maar dat betekent niet, dat hier op aarde niets gezien kan worden van God. Het is wel lastig, vind ik. Is veel van wat we horen en zien over God, niet beïnvloed door onze godsdienstige menselijke opvattingen? Een weerslag van ons denken en van onze cultuur? God lijkt me zo totaal anders dan wij als mens!

We kunnen ons geloof gemakkelijk vervormen door onze theologie, onze mensvisie, onze geschiedenis, onze studie, ons werk, onze ervaringen enzovoort. Hoeveel oorlog, misdaad en machtsmisbruik heeft er plaatsgevonden uit naam van de kerkelijke gezagsdragers of vanuit Christelijke organisaties of groeperingen? Dit alles beïnvloedt ons, maar het is niet God.

Koning David schreef eens een psalm, waarin dit te lezen staat: ‘Zo heb ik U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkte en Uw heerlijkheid', Ps.62:3.

Als de ogen in het Oude Testament spraken over ‘God zien' of ‘Zijn aangezicht aanschouwen', was dat de som van alles wat hij in het heiligdom mocht ervaren aan vreugde en vrede, aanvaarding en troost, hulp en kracht. Zo is God te zien en te ervaren ook in het leven nu. Jezus heeft gezegd: ‘Wie Mijn geboden liefheeft en bewaart, die is het die Mij liefheeft en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren', Joh. 14:21.

Wat is een rein hart? En hoe krijg je het? De reinheid van hart heeft in de Bijbel te maken met gaafheid. Wie rein van hart is, heeft een onverdeeld hart, eenvoudig en echt.

Als je een rein hart hebt, dan wordt het door de liefde van God beheerst.
Dat valt niet mee. Het leven kan ons helaas (ver) vormen. We kunnen ons geloof verliezen. Het is diezelfde koning David die daarom bad tot God: ‘Schep mij een rein hart, o God', Psalm 51:12.

Wie zal er onder Jezus' luisteraars toen geweest zijn, die gedacht zal hebben: ‘Heb ik een rein hart'? Waren het juist niet de treurenden, de gekwetste mensen, de ongelovigen, de sceptici, de gevallen mensen, de verliezers, de zachtmoedigen, de mensen die hongerden en dorstten naar de gerechtigheid, die aan Jezus' voeten zaten?

Ik denk dat juist zij gevraagd zullen hebben: Heer, hoe komen we daaraan, aan zo'n hart. En Jezus zal geantwoord hebben: ‘Ik praat niet alleen over een rein hart, Ik wil je het ook geven'.

Wil ik me er voor openen en me overgeven?


God is te zien. Nu een glimp en straks helemaal. ‘Nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten dat wij aan Christus gelijk zullen worden bij Zijn komst. Want wij zullen Hem zien gelijk Hij is. Ieder, die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich gelijk Hij rein is'.

Ik geef me over. Daarom kom ik in de kerk. Waarom anders?